ÿþPublicaties van Jan den Besten genoemd in Molinologie 31 * 1. De Loenderveense watermolen: een brokje historie uit de geschiedenis van een Hollandse polder. In: De Overstort 13 (4: oktober 1960) pp. 78-83. 2. Windmolentypen in Nederland. In: De Overstort 20 (1: april 1967) pp. 14-20. 3. Opleiding watermolenaar (Loenen aan de Vecht, Den Besten, 1969); deel 1: 1969, 27 p.; deel 2: 1969, 21 p. (2e verbeterde en uitgebreide uitgave 1971); deel 3: 1970, 35 p.; deel 4: 1971, 21 p. Complete versie (1980). 4. De poldermolens. In: Molenboek provincie Utrecht, B. Belonje et al. (Utrecht, Kemink, 1972) pp. 47-64. 5. Chronologisch overzicht van de windmolentypes: hun constructie en vormgeving. In: Molenboek provincie Utrecht, B. Belonje et al. (Utrecht, Kemink, 1972) pp. 11-20. 6. Theorie wateropvoerwerktuigen in windmolens, deel 1: Schepradwatermolens (Loenen aan de Vecht, Den Besten, 1972) 32 p. 7. Ontwerp vijzelmolen, annex electrisch gemaal in de Oost-Madepolder te 's-Gravenhage (Loenen, Den Besten, 1973) 15 p. 8. Poldermolens en bemalingshistorie. In: De Brabantse molens, S.H.A.M. Zoetmulder et al. (Helmond, Uitgeverij Helmond, 1974) pp. 84-133. 9. J. den Besten en J. Kurver. De molen van het voormalig waterschap Kortrijk en Gieltjesdorp te Breukelen: een visie op restauratie en behoud op langere termijn (Utrecht, Stichting De Utrechtse Molens, 1978) 11 p. 10. Onderbemaling in het voormalig waterschap Loenderveen. In: Jaarverslag Stichting De Utrechtse Molens (1980) pp. 30-36. 11. Systeem Van Bussel (Loenen, Den Besten, 1982) 21 p. 12. Hoe oud is de molen van Kortenhoef? (een Utrechts grensgeval). In: Jaarverslag Stichting De Utrechtse Molens (1983/84) pp. 36-53. 13. De Middelste Molen te Lopik. In: Jaarboekje Stichting De Utrechtse Molens (1984/85) pp. 49-55. 14. J. den Besten en G.H. Keunen. Het Utrechtse molenbestand anno 1985: rapportering betreffende de toestand waarin het Utrechtse molenbestand in 1985 verkeert, met aanbevelingen voor het te voeren beleid ten aanzien van het behoud van deze monumenten op langere termijn (Utrecht, Stichting De Utrechtse Molens, 1985) 44 p. 15. Een voorganger van molen "De Valk" te Montfoort. In: Jaarverslag Stichting De Utrechtse Molens (1985/86) pp. 39-43. 16. Manten, Arie A. en Jan den Besten. De twee voormalige watermolens van de polder Breukeleveen. In: Jaarboekje Stichting De Utrechtse Molens (1986/87) pp. 36-55. 17. Spengense wipmolen eindelijk voltooid. In: Molens nr. 5 (januari 1987) pp. 12-15. 18. De verdwenen watermolens van de polder Breukeleveen. In: Tijdschrift Historische Kring Breukelen 2 nr. 1 (1987) pp. 24-30. 19. J. den Besten en G.H. Keunen. Het Utrechtse molenbestand anno 1988: rapportering betreffende de toestand waarin het Utrechtse molenbestand in 1988 verkeert, met aanbevelingen voor het te voeren beleid van het behoud van deze monumenten op lange termijn (Utrecht, Stichting De Utrechtse Molens, 1988) 92 p. 20. Het "draaien voor de prins" en de borden. In: Gildebrief 8 (3: september 1989) p. 22. Zie ook: Gildebrief 8 (4: december 1989) pp. 5-6 en 9 (11: maart 1990) p. 12. 21. De Overslingelandse "Linkse" 1-April-molen. In: Gildebrief 8 (3: september 1989) pp. 2-8. Zie ook: Gildebrief 8 (1: maart 1989) pp. 33-34. 22. Historische gegevens over de wipwatermolen van het voormalig waterschap Kockengen. In: Jaarboekje Stichting De Utrechtse Molens (1988/89) pp. 31-43. 23. Omwaaien van molens mogelijk? In: Gildebrief 9 (1: maart 1990) pp. 8-9. 24. Type en plaats van de korenmolen die nabij Nijenrode stond. In: Tijdschrift Historische Kring Breukelen 5 (3: 1990) pp. 107-112. 25. De molenaarsknecht. In: Gildebrief 9 (3: september 1990) pp. 12-13, en 9 (4: december 1990) p. 17. 26. Besten, J. den en Coen Rood. De molenaarsknecht. In: Gildebrief 9 (3: september 1990) pp. 12-13. Zie ook: Gildebrief 9 (4: december 1990) p. 17 en 11 (4: december 1992) p. 4. 27. De Kortrijkse molen weer geheel kompleet (Loenen, Den Besten, 1991) 3 p. 28. Drie eeuwen vang en zijn benamingen. In: Gildebrief 10 (4: december 1991) pp. 3-5. Zie ook: Gildebrief 11 (2: juni 1992) pp. 18-20 en 11 (3: september 1992) pp. 2-6. 29. Poldermolens. In: Nieuw Utrechts molenboek, J. den Besten et al. (Utrecht, Matrijs, 1991) pp. 49-90. 30. Reconstructie wipkorenmolen te Bruchum naar bestek uit 1697 (Loenen, Den Besten, 1992) 16 p. 31. Ordonnantie voor de watermolenaars van Kortenhoef anno1688 (Loenen, Den Besten, 1992) 12 p. 32. Noordeveldse Molen: verloren? of herbouwen! Rapport betreffende de technische mogelijkheden van restauratie of herbouw van de verbrande Noordeveldse wipwatermolen te Dussen (Loenen, Den Besten, 1992) 28 p. 33. J. den Besten, met enige aanvullingen door J. Immerzeel. De Kortenhoefse watermolens (Ankeveen, Historische Kring In de Gloriosa, 1992) 28 p. 34. Knegt, Jan en Jan den Besten. Wat is een blaffert? In: De Gelderse Molen 20 (3: 1993) pp. 10-12. Zie ook: De Gelderse Molen 20 (4: 1993) pp. 4-6. 35. De molens van Altena: bijdrage tot de kennis van de strijd tegen het water in Altena tussen de jaren 1300 en 1970. In: Historische Reeks Land van Heusden en Altena, deel 4 (Nieuwendijk, Stichting Historische Reeks Land van Heusden en Altena, 1994) pp. 57-157. 36. Gelaste stalen molenroeden: sterkteberekeningen, gebaseerd op de in 1944/1945 gemaakte ontwerpen voor gelaste stalen molenroeden ten behoeve van molentechnikus Chr. van Bussel te Weert (Loenen, Den Besten, 1995) 6 p. 37. Kuilder, Alan; reactie Jan den Besten. Het wegen van de sabelijzerkracht. In: Gildebrief 15 (1: maart 1996) pp. 16-18. 38. Streekeigen kenmerken van de poldermolens in Amstelland en West-Utrecht; inzonderheid de wipmolens. In: Molinologie: tijdschrift voor molenstudie (7: 1997) pp. 15-21. 39. Molenherstel of monumentenzorg: authenticiteit en reconstructie. In: Molenwereld 1 (7/8: juli/augustus 1998) pp. 162-164. 40. Herinneringen aan Schuddebeurs. In: Molenwereld 1 (12: december 1998) pp. 261-262. 41. Stoop, Erik en Jan den Besten. Een bestek uit 1697 van een wipkorenmolen te Bruchem. In: Molinologie: tijdschrift voor molenstudie (11: 1999) pp. 21-32. 42. J. Straver. 's Lands wijs, 's lands eer. In: Gildebrief 20 (4: december 2001) p. 1. Reacties: Bart Hoofs, in: De Gildebrief 21 (1: maart 2002) p. 13; Jan den Besten en Kees Schagen, in: De Gildebrief 21 (2: juni 2002) pp. 11-12; Arie Hoek, in: De Gildebrief 21 (3: september 2002) pp. 11-12. 43. Jurgens, Nico. Chinees puzzelen in Noord-Brabants rijke molenverleden: Zeeland en Beugen. In: Molinologie: tijdschrift voor molenstudie (15: 2001) pp. 9-30. Reactie van Jan den Besten in: Molinologie: tijdschrift voor molenstudie (16: 2001) pp. 26-29. 44. Malen op de Maasdijk. In: Molenwereld 4 (5: mei 2001) pp. 138-140. 45. Wetenswaardigheden "uit de oude doos". In: Gildebrief 20 (3: oktober 2001) pp. 18-19. 46. Hoe oud is de huidige Kortrijkse molen? In: Tijdschrift Historische Kring Breukelen 16 (2001) pp. 34-36. 47. Alblasserwaardse speelmolens van weleer. In: Molenwereld 5 (2: februari 2002) p. 56. 48. De oplossing?: De Oud Strijder door de bril van Jan den Besten / naschrift J.S. Bakker. In: Molenwereld 5 (12: december 2002) pp. 332-334. 49. Over vliegers en nog wat. In: Molenwereld 6 (3: maart 2003) pp. 96-98. 50. De molen van de dorpspolder Enspijk. Schepraderen in het Land van Heusden. In: Molenwereld 6 (11: november 2003) pp. 328-330. 51. Besten, Jan den en J.S. Bakker. Nogmaals het verleden van De Oud Strijder. In: Molenwereld 6 (1: januari 2003) pp. 18-21. 52. Gegevens over de voormalige achtkante poldermolens van de polders Holland en Het Sticht te Loenen aan de Vecht (Loenen, Den Besten, 2005) 13 p. 53. Besten, J. den en G.J. Pouw. Omwaaien van molens mogelijk? In: Gildebrief 25 (3: september 2006) p. 19. * Dit door de Stichting MolenDocumentatie opgestelde (mogelijk niet complete) overzicht omvat de publicaties, die in de SMD-collectie voorkomen. Indien geen auteur vermeld wordt, is J. den Besten de enige auteur. Hieronder volgt een aanvulling afkomstig van Tarcis van Berge Henegouwen op bovenstaande lijst : 54. In het Tijdschrift 'oud-gorcum varia' [tijdschrift van de historische vereniging "oud-gorcum"], jg.15 nr. 3 (1998) komen twee artikelen voor van dhr Den Besten: "Mijn jeugd en de Gorkumse molens"; pp. 273-279 alsmede "De herkomst van de naam wipwatermolen"; pp. 309-311 [waarbij op 311 het wipwatermolen-model aan de orde komt dat dhr Den Besten heeft gemaakt en waarvan plaisante wederwaardigheden woren gemeld]. 55. "Over het gebruik van teer". In Gildebrief 4 (1: maart 1985) pp. 6-7 56. "Reactie" in de rubriek 'Wat de molenaar zag en hoorde'. In: Gildebrief 11 (3: september 1992) pp. 23-24 n.a.v. het in het voorgaande nummer Gildebrief 11 (2: juni 1992) pp. 23-25 in betrokkken rubriek opgenomen artikel over 'Bomen en bossen aanplanten'. 57. "Reactie". In: Gildebrief 12 (4: december 1993) pp. 20 n.a.v. het in het voorafgaande nummer Gildebrief 12 (3: juni 1993) pp. 2-5 opgenomen artikel "Zijn alle windwatermolens poldermolens?" v.d.h.v. Peter de Moes. 58. "Reactie van Ing. J. den Besten op verschillende artikelen uit voorgaande Gildebrieven". In: Gildebrief 16 (1: maart 1997) pp. 15-16 [betreft "Over bomen en zuurstof"; "Over de strakke en slappe roeketting"; "Over de vang met toebehoren (artikelenreeks van Alan Kuilder)" en "Over het "overhek" zetten van de molen".] 59. "Nogmaals de hoep". In: Gildebrief 17 (3: september 1998) pp.24-26 [plotsklops einde!!] als reactie op "Over het aanbrengen van de hoep" v.d.h.v. Gerrit Pouw in: Gildebrief 16 (3: september 1997) pp. 21-22 en op "Reactie op het artikel over de hoep" van Jaap Dekker en weerwoord van Gerrit Pouw in: Gildebrief 17 (2: juni 1998) pp.17-19 [met uitgebreid onderbouwde enigszins 'malse' kritiek van dhr Den Besten op beide heren]. 60. In de Zelfzwichter: "Aanvullingen en verbeteringen op "Molenexcursie Brabants-Gelders rivierengebied"". In: Zelfzwichter 23 (3: september 1996) pap. 34-35 n.a.v. het in het voorafgaande nummer Zelfzwichter 23 (2: juni 1996) pp. 19-22 opgenomen artikel zoals geciteerd v.d.h.v. Martin E. van Doornik. -PS1 Het onder nummer 45 gemelde "Wetenswaardigheden "Uit de oude doos", Gildebrief 20 (3 september 2001) pp. 18-19. betreft De Overslingelandse "linkse" molen". [Deels een ingekorte compilatie van het artikel van dhr Den Besten in Gildebrief 8 (3: september 1989) pp. 2-8, zoals reeds gemeld onder nummer 21 van de publicatielijst in Molinologie maar de tekst [en foto] op p. 19 in de rechterkolom is nieuw. Wellicht is vermelding van dit herziene artikel onder nummer 21 ook zinvol, het draagt datereing 1989!! ? -PS2 Is er overlapping in nummers 25 en 26 van de publicatielijst in Molinologie 31? -PS3 De vermelding onder nummer 20 van de publicatielijst in Molinologie 31 van het derde nummer luidt abusievelijk (11: maart 1990) p. 12 i.p.v. (1: maart 1990) p. 12. -PS4 Van het onder nummer 9 van de publicatielijst in Molinologie 31 gemelde document is een samenvatting - zonder auteursvermelding - onder de titel "De molen van het voormalig waterschap Kortrijk en Gieltjesdorp te Breukelen" opgenomen in het Jaarverslag 1978 van de Stichting De Utrechtse Molens pp. 41-44 -PS5 Onder nummer 29 van de publicatielijst in Molinologie 31 staat wel vermeld het artikel Poldermolens v.d.h.v. dhr Den Besten maar volgens dit provinciaal molenboek zou ook de "Inventarisatie van de molens in de Provincie Utrecht" o.l.v. Jan den Besten zijn verricht, in ieder geval is de toelichting - vijf pagina's - van zijn hand, zie p. 125 e.v. -PS6 T.a.v. Molenwereld: Onder nummer 50 van de publicatielijst in Molinologie 31 staan twee te onderscheiden artikelen. Het ene heeft titel "De molen van de dorpspolder Enspijk", pp. 328-329 en het andere in de rubriek 't Betere Werk "Schepraderen in het Land van Heusden en Altena", p. 330. Afzonderlijke nummering brengt meer onderscheid en herkenbaarheid. -PS7 Naar ik aanneem is van n"° datum van gereedkomen van jullie kopij "De Sluismolen van Streefkerk" Molenwereld 12 (9: september 2009) p. 347. -PS8 Is wellicht ook interessant te vermelden het artikel "Ontmoeting met Jan den Besten" in Molenrevue nr. 7 Stichting De Utrechtse Molens (1997) pp. 10-12 v.d.h.v. Yolanda Ezendam? -PS9 Of er nog méér is, het lijkt welhaast onuitputtelijk van dhr Den Besten voortgebracht heeft. -PS10 Wellicht als gotspe nog het feitje dat de onder nummer 33 van de publicatielijst gemelde uitgave op het titelblad van de uitgave van de Historische Kring 'In de Gloriosa' luidt: "De Kortenhoefse Watermolens" terwijl op de omslag van de uitgave die geheel aan het artikel gewijd is de tekst staat "DE KORTENHOEFSE POLDERMOLENS". Waarom gotspe? Omdat dhr Den Besten in andere publicaties en reacties een fel standpunt inneemt tegen het gebruik van de term poldermolens en aangeeft dat juist auteurs van na het molentijdperk zich van die term zijn gaan bedienen terwijl de bestekken uit de eerdere eeuwen steeds alle de term watermolen hanteren. Hebben die oudheidkundige jongens uit 's Graveland, waar ze bijeenkomen, hem toch mooi tuk. Einde aanvulling